Fotopagina
Bekijk ´Josef en Zulaikha´ online!

Dit is het verhaal van schoonheid en passie,
belofte en schuld,
verlangen en verval,
van Jozef en Zulaikha:

Jozef, een van de mooiste mannen uit de geschiedenis, een waar meesterwerk van God. De favoriete zoon van Jacob; zoon van Isaak, zoon van Abraham, die door zijn broers uit jaloezie in een put werd gegooid en daarna verkocht werd aan handelsreizigers, die hem in Cairo verkochten op de slavenmarkt.

En, Zulaikha, dochter van koning Taimus, die toen ik nog een jong meisje was, in een visioen een wonderschone jongen zag die de liefde in haar hart ontwaakte. Deze prachtige jongen vertelt haar dat hij later Grootvizier van Egypte zal worden en dat zij voor elkaar bestemd zijn. Zij hoeft alleen maar op hem te wachten.

Toen zij volwassen werd, is zij getrouwd met Potifar, een knappe man en bovendien Grootvizier van Egypte, denkend dat hij de jongen uit haar visioen is. Op het moment dat Potifar met zijn nieuwe slaaf Jozef thuis komt, herkent Zulaikha in Josef de jongen uit haar droom en beseft dat ze met de verkeerde man getrouwd is. Josef wordt hoofdbediende in huis en loopt dus de hele dag in haar blikveld langzaam verdwaalt ze van een eerste verwarring naar wanhoop naar obsessie bij het aanzien van haar verloren lot. Zij raakt zo betoverd door Jozefs hemelse schoonheid en goddelijke lichaam, dat zij alles op alles zet om Jozef te verleiden. Jozef wijst haar keer op keer af, tot op een dag zij haar verlangen naar zijn schoonheid niet meer kan bedwingen en hem in volle passie bespringt. Jozef tracht weg te vluchten en als Potifar binnen komt beschuldigt Zulaikha Jozef van aanranding. Maar Potifar kan aan het op de rug gescheurde hemd van Jozef zien dat hij van achter belaagd is en dat Zulaikha dus de aanrandster van Jozef is.

Zulaikha’s naam gaat rap over de tong in de hoogste kringen van Cairo en al snel wordt zij de risee van de stad. Om haar naam te zuiveren smeed zij een plan om aan te tonen dat geen enkele vrouw tegen zoveel schoonheid weerstand bieden kan en dat, oog in oog met Gods meesterwerk, haar niets te verwijten valt. Zij nodigt alle hoge dames van de stad uit voor een groots diner. Op een bepaald moment geeft zij ieder van hen een sinaasappel en een mes, du moment dat zij bezig zijn hun sinaasappel te schillen laat ze Josef binnen komen; alle vrouwen raken onmiddellijk bevangen door zijn schoonheid en snijden zich één voor één in van de vingers. Heel het decorum valt met de dames flauw. Sommigen van hen, bieden hem hun lichaam aan, anderen beginnen jammerlijk te huilen terwijl weer anderen luid gaan gillen en wild rondrennen.

Zulaikha zit aan de verlaten dinertafel en kijkt terug op de geslaagde avond. Zij spreekt: “Zie! Één avond met hem en jullie doen al zo. Denk aan uw eigen gedrag als u schande van mij spreekt, want geen van u kan mij ooit nog verwijten dat ook ik niet aan zoveel schoonheid weerstand heb kunnen bieden.”

Tekst: Michael Driebeek van der Ven, naar Hakim Nuruddin Abdurrahman ook genaamd JAMI (1483)
Bijbel: Gen. 39
Qur’an: Soera 12.23-34
Regie: Michael Driebeek van der Ven
Spel: Caja van der Poel

Contact: Caja: 06 1445 9998 / caja@noordvolk.nl




Oegstgeest
Kerkenfestival Oegstgeest, 23 sept. 2007